Curriculum

Module Theorie van de psychoanalytische therapie deel 1 (31 seminaries)

Rudi Vermote

In deze theoretische seminaries wordt eerst kennis gemaakt met belangrijke auteurs (Freud, Klein, Bion, Winnicott) en psychoanalytische kernconcepten (onbewuste, overdracht, weerstand, psychische structuur,…).  Studenten bereiden deze literatuur voor en brengen deels zelf beurtelings een onderdeel naar voor.


 

Module Techniek van de psychoanalytische therapie    (31 seminaries)

Luc Moyson

 

In het seminarie basistechniek wordt gestart met het definiëren en aflijnen van wat psychotherapie en in het bijzonder psychoanalytische therapie juist inhoudt en welke doelstellingen zij nastreeft. Er wordt uitgebreid ingegaan op het belang van het hanteren van een werkzaam kader, met aandacht voor materiële factoren (externe kader) en voor de attitude van de psychotherapeut (interne kader). De twee basisvoorwaarden, met name de vrije associatie en het bewaken van de confidentialiteit worden uitgediept. Verder wordt aan de hand van een historische schets de evolutie van de indicatiestelling beschreven met de daaruit volgende implicaties voor de techniek. Bij deze confrontatie worden telkens verwijzingen naar basisconcepten zoals overdracht, tegenoverdracht en weerstanden meegenomen. Tenslotte worden de verschillende therapeutische technieken zoals steun, clarificatie, confrontatie en interpretatie voorgesteld. Praktische voorbeelden worden in dit leeronderdeel systematisch aangewend.

Postgraduaat
Psychoanalytische
Therapie

KULeuven

Professor of Chemistry

Eerste jaar

Tweede jaar

Module Theorie van de psychoanalytische therapie, deel 2   (31 seminaries)

Marc Hebbrecht

In eerste instantie wordt met de cursisten de ‘Concise Guide to Psychodynamic Psychotherapy’, third edition van Ursano, Sonnenberg & Lazar (2004) doorgenomen. Dit recapituleert de minimale parate kennis die elke psychoanalytische therapeut zou moeten geassimileerd hebben. 

 

Vervolgens worden volgende thema’s uitgediept :

 

  • Het opmaken van een psychodynamische formulering

  • Het inoefenen van deze psychodynamische formulering

  • Het herkennen van de belangrijkste categorieën van psychopathologie en hoe er hierover psychodynamisch kan gedacht worden met betrekking tot indicatiestelling.

    • De neurotische organisatie

    • De psychotische organisatie

    • De Borderline organisatie

    • Narcistisch-identitaire problematiek: positief narcisme, negatief narcisme, de zelfpsychologie van Kohut, de Kohut-Kernberg controverse

    • Perversie

    • De Psychosomatische organisatie

  • Het herkennen van de belangrijkste vormen van overdracht: erotische overdracht, psychotische overdracht, overdrachtsneurose, haat en geweld.

  • Het hanteren van ernstige problemen in psychoanalytische therapie zoals suïcidedreiging, passionele overdrachten etc…

  • Het hanteren van de verschillende fasen in het therapeutisch proces, inclusief het beëindigen van een psychoanalytische therapie

  • Het werken met dromen, zowel de historische visie als meer recente theorieën hierover.

Module Inleiding op Lacan   (10 seminaries)

Leo Ruelens

Na een inleiding mbt enkele cruciale biografische gegevens wordt uitgebreid stilgestaan bij de trias: het Imaginaire, het Symbolische en het Reële, concepten waarmee Lacan een nieuwe denkrichting geeft om de psychische realiteit te ontleden en te begrijpen. Vervolgens wordt uitgewerkt hoe het talige voor Lacan het fundament is van de psychoanalyse, en hoe dit aan de basis ligt van zijn theorie van het 'ik'. Begrippen als de vraag, de behoefte, het verlangen, het object kleine a, de fallus, de vaderlijke metafoor en 'De naam van de vader', passeren daarbij de revue.

Vervolgens wordt stilgestaan bij de Lacaniaanse ethiek van de psychoanalyse, zijn ideeën over de overdracht, het begrip 'Jouissance', en de 'Passe'. Na behandeling van de vier vertogen komt de logica van de seksuering aan bod, en er wordt afgerond met enkele paragrafen over de late Lacan.

Finaal wordt stilgestaan bij de implicaties van het lacaniaanse denken op het voeren van een klassieke kuur, maar evenzeer op het voeren van een psychoanalytisch georiënteerde therapeutische sessie.

 

Module Psychose  (8 seminaries)

Niel Vancleynenbreugel en Bart Reynders

Deze seminaries bieden een introductie in het psychodynamisch denken over psychose. Vooreerst wordt er stilgestaan bij ‘wat is een psychose?’ en de psychotische organisatie volgens Kernberg. Vervolgens wordt stilgestaan bij verschillende theoretische denkkaders (Freud, Winnicott en Bion). Dit denken wordt geïllustreerd aan de hand van casusmateriaal.

Aan bod komen de klinische benaderingen van psychose volgens Lacan (klinische vertaling Borromeaanse knoop, discourstheorie), Ciompi (concept van Soteria en visie op psychose), en linken worden gemaakt met het denken van Bion en Winnicott. Verder worden concepten als ‘‘être sécretaire de l’aliéné’ (Lacan), de Forische functies van een afdeling/ therapie (Pierre Delion) behandeld. Er wordt ingegaan op het residentieel therapeutisch werken, met bijdragen vanuit de antropopsychiatrie op vlak van organisatie van een afdeling/ psychopathologie (Jacques Schotte). Er worden tenslotte verbanden gelegd tussen deze inzichten en EMDR, hypnose, inzichten uit filosofie, open dialogue…

Module ‘klinische toepassingen’   (5 seminaries)

Johan De Groef

 

De seminaries ‘klinische toepassingen’ hebben als doel op een zeer interactieve manier de gelezen literatuur, de in de opleiding gedoceerde technische aanbevelingen en de eigen klinische praktijk met elkaar te verbinden. De cursisten brengen zelf vragen en klinische vignetten in en waar mogelijk wordt daarbij verwezen naar bijkomende literatuur.

 

 

 

Module Gehechtheid (2 seminaries)

Benedicte Lowyck

Vooreerst wordt de historische context en de paradigmashift tussen het denken van Bowlby en de psychoanalytische drifttheorie besproken. Vervolgens wordt er dieper ingegaan op het systeem gehechtheid, de verschillende gehechtheidsstijlen, zowel in de ouder-kind-relatie als in de volwassenheid. Ten derde wordt het belang van empirisch onderzoek in dit denken onderstreept en geïllustreerd aan de hand van o.a. het werk van Fearon. Tenslotte wordt het belang van dit concept voor de psychodynamisch therapeut toegelicht en bediscussieerd.

Module Wetenschappelijk onderzoek naar psychoanalytische psychotherapie
(4 seminaries)

Benedicte Lowyck en Myriam Van Gael

In deze seminaries wordt stilgestaan bij het belang van wetenschappelijk onderzoek en het evidence-based denken voor de vorming tot psychodynamisch therapeut. Er wordt dieper ingegaan op empirisch onderzoek, therapie-onderzoek, conceptueel onderzoek en het single case design. Als illustratie daarvan wordt in het laatste seminarie ingegaan op de implementatie van de evidence-based MBT-behandeling in een bestaande behandeling voor cliënten met borderline problematiek.

Module baby- en kinderobservatie     (2 seminaries)

Ann Verhaert

Derde jaar

Module ‘klinische toepassingen’   (8 seminaries)

Johan De Groef

 

De seminaries ‘klinische toepassingen’ hebben als doel op een zeer interactieve manier de gelezen literatuur, de in de opleiding gedoceerde technische aanbevelingen en de eigen klinische praktijk met elkaar te verbinden. De cursisten brengen zelf vragen en klinische vignetten in en waar mogelijk wordt daarbij verwezen naar bijkomende literatuur.




 

Module Mentalisatiegericht werken    (10 seminaries)

Jasmien Obbels en Bart Vandeneede

De module omvat een kennismaking met het werk van Peter Fonagy en Mary Target in de jaren ’90 van vorige eeuw, in aanloop naar hun formulering van het mentalisatiegericht werken als specifiek behandelmodel bij borderline pathologie. We starten met het onderscheid tussen mentale inhoudsproblematiek versus mentale procesproblematiek (Fonagy & Luyten). Vervolgens wordt de ‘normale’ ontwikkeling van het mentaliserend vermogen besproken in ontwikkelingscontext. Dan wordt aan de hand van beschrijvingen van meer ernstige persoonlijkheidsproblematiek stilgestaan bij de problematische ontwikkeling van dit vermogen. Concepten die aan bod komen zijn de drie niet-mentaliserende modi van ervaring, ‘not knowing stance’, ‘congruente en gemarkeerde spiegeling’, het ontstaan van ‘secundaire representaties’, het ontstaan en externalisatie van ‘alien self parts’. Er wordt stilgestaan bij de belangrijkste therapeutische principes : affectfocus, terugkeren uit niet mentaliserende modi, balanceren van de vier dimensies van mentaliseren, werken met de relatie. Tenslotte wordt aandacht besteed aan het concept ‘epistemic trust’ en de implicaties ervan voor behandeling.

Module Ontwikkelingsproblematiek / Autisme   (6 seminaries)

Birgit Sebreghts

Cursisten verwerven inzicht in de kenmerken van autisme als ontwikkelingsstoornis en de verhouding met de psychoanalytische psychotherapie. Een overzicht van de historiek van autisme als concept binnen de psychoanalyse, met een verdieping van belangrijke auteurs zoals Tustin, Meltzer en Alvarez die vanuit hun eigen ervaringen in het werk met autistische patiënten, basisconcepten zoals bv. weerstand, overdracht/tegenoverdracht, projectieve identificatie,… bij autisme onderzoeken, betekenis geven en diversifiëren in functie van het ontwikkelingsniveau van de patiënt; alsook eventuele aanpassingen aan de fenomenologische basishouding van de analytische therapeut. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het “early infantile autism” van Kanner en het Aspergersyndroom; verschillen en overeenkomsten in kenmerken worden besproken en in verhouding geplaatst tot hechtingsmoeilijkheden. De vertaling wordt gemaakt naar klinische toepassingen obv aangeboden tekstmateriaal, een eigen klinisch vignet en evt. ervaringen van de studenten zelf. 

Module psychotrauma (10 seminaries)

Myriam Van Gael

De seminaries in de module ‘psychotrauma’ behandelen de plaats die trauma in theorie en praktijk had en heeft binnen het psychoanalytisch gedachtegoed. Vertrekkend van zowel originele als hedendaagse teksten worden lijnen uitgezet van een moderne visie op de impact van vroeg trauma op de structuur en het functioneren van de menselijke psyche en op de implicaties ervan voor de therapeutische behandeling. Vervolgens wordt ingegaan op de impact van verschillende vormen van ernstig sociaal trauma’s op de psyche en de menselijke verhoudingen. Aan de hand van casusmateriaal wordt stilgestaan bij bemoeilijkende factoren in de behandeling van trauma vanuit de sporen die ernstig trauma nalaat op neurobiologisch/fysiologisch gebied. De mogelijkheid en zinvolheid van het combineren van een psychoanalytische en lichaamsgerichte benadering wordt besproken. Een overzicht wordt geboden van het dissociatie-concept in de psychoanalytische literatuur. De mogelijkheid van integratie van psychoanalytische met neurobiologische en  fysiologische perspectieven en de gehechtheidstheorie wordt onderzocht. Er wordt ingegaan op de concepten ‘structurele dissociatie/de dissociatieve persoonlijkheid’, de impact van sterke dissociatieve tendensen op de persoonlijkheid en manifestaties daarvan in het overdrachts-tegenoverdrachtsveld. Aan de hand van eigen casusmateriaal van de deelnemers wordt tenslotte stilgestaan bij concrete interventies vanuit twee psychoanalytische perspectieven: de relationele psychoanalyse en de ‘mentalization based treatment’.

Module Adolescentie vanuit psychoanalytisch perspectief   (4 seminaries)

Jens De Vleminck

Tijdens deze vier seminaries stellen wordt de vraag gesteld naar de specificiteit van de adolescentie vanuit psychoanalytisch perspectief (theorie en klinische praktijk). Er wordt gestart met een algemene conceptuele verheldering van de ‘adolescentie’ en de ‘adolescent’ als historische entiteiten (Hall, Foucault, Hacking) in relatie tot de notie ‘puberteit’. Tegen deze achtergrond wordt de initiële interesse van de psychoanalyse (o.a. S. Freud,, Jones, Deutsch) in deze levensfase belicht, parallel aan het ontstaan van de kinder- en jeugdpsychiatrie. Er wordt kennis gemaakt met enkele psychoanalytische auteurs die in het spoor van A. Freud en Klein een bijdrage leveren aan de psychoanalyse van de adolescentie (o.a. Winnicott, Lampl-De Groot, Erikson, Blos, Meltzer, Dolto). De diverse en soms uiteenlopende beelden van de adolescentie worden geconfronteerd met de ontwikkelingstaken die in deze ontwikkelingsfase centraal staan. Vervolgens wordt er aandacht besteed aan zowel de psychopathologie als de diagnostiek om vervolgens te focussen op de behandeling. Zowel het ambulante als het residentiële psychotherapeutische werk met adolescenten komt aan bod. Tot slot worden enkele psychoanalytische inzichten verkend inzake het zelfverwondend gedrag van de adolescent.

 

Module Ouderen in psychoanalytisch perspectief (4 seminaries)

Stefaan Soenen

In drie lessen worden de deelnemers geïntroduceerd tot de wereld van de ouderenpsychotherapie en –psychiatrie. Er wordt stilgestaan bij de geschiedenis van de psychotherapie bij ouderen en de uitdagingen en valkuilen die zich stellen bij het psychotherapeutische werk (ageïsme, specifieke (tegen-)overdrachtsmechanismen). De ouderdom als ontwikkelingsfase(n) wordt onder de loep genomen vanuit de ontwikkelingspsychologie (Baltes & Baltes, Castensen) en de  gehechtheids- en  psychodynamische theorie, bijvoorbeeld op het vlak van lichaamsbeeld en narcisme (theorieën van C. Herfray, J. Messy, F. Dolto, J. Lacan).

Vierde jaar

Module Institutioneel werken (11 seminaries)

Freek D’Hooghe

 

Deze lessen pogen een aantal handvatten, zowel theoretisch als praktisch, aan te reiken om met de cursisten te bekijken wat de gevolgen zijn van samenwerking in groep of instelling op de zorg voor onze cliënten. Concreet gaat het om institutioneel werken, milieutherapie, en klinische psychotherapie. Het seminarie start met een ontvangst en situering van de achtergrond en er wordt met de cursisten gekeken hoe eigen ervaringen en vragen kunnen geïntegreerd worden in dit seminarie. Dan volgt de geschiedenis van het institutionele werken in de psychiatrie. Om een denkkader voor het institutioneel werken te ontwikkelen, gefundeerd in de menselijke pathologie (psychiatrisch/psychoanalytisch), volgt een inleiding tot Szondi en Schotte en hun denken. Hierbij worden de psychoanalytische en antropologisch-sociale grondbegrippen van het institutioneel werken en klinische voorbeelden uitgewerkt. Volgende noties komen hier aan bod: overdracht en tegenoverdracht, het onbewuste, pathoplastie, forische functie, impact van de organisatie op de zorg,.... Dit alles uitgewerkt op het niveau van groepen en het institutionele. Om uiteindelijk bij de vraag te komen of men een instituut kan denken als een psychische apparaat in alle complexiteit?  

 

 


 

Module Psychodynamische systeemtherapie (7 seminaries)

Benedicte Lowyck & Mariska Christianen

Deze seminaries geven een praktijkgerichte introductie in een specifiek toepassingsgebied van de psychodynamische psychotherapie, namelijk het werken met gezinnen en paren. In een eerste seminarie wordt kort de historische context van de gezinstherapie behandeld. Nadien worden psychodynamische concepten belangrijk voor eigenheid van het werken met gezinnen en paren zoals inbedding in de context, het intergenerationeel werken, de ontwikkelingsfase van het gezin (Mc Goldrick), het collusiebegrip van Jurg Willi,   afweer (Ackerman) besproken en geïllustreerd aan de hand van filmfragmenten. Vervolgens wordt dit toegepast op eigen casusmateriaal van de cursisten. Tot slot wordt er stilgestaan bij de mentalisatiebevorderende gezinstherapie en op twee concepten die in hierbij cruciaal zijn met name mentalisatie en gehechtheid.  Ook hier wordt er stilgestaan bij het eigen casusmateriaal van de cursisten. 

Module groepswerk         (7 seminaries)

Kristel Bleyen

Een bedoeling van de lessenreeks is om de studenten bijkomend of aansluitend op hun ervaring kennis te laten maken met de historiek, een aantal basisconcepten (zoals primaire en secundaire groep, containing, overdracht en projectieve identificatie in groepsanalyse) en met de specifieke techniek van het werken met groepen (zoals het groepseigen kader, transitionele ruimte, en het onderscheid tussen een groepsanalytische en individuele situatie). 

Daarnaast wordt er ingegaan op groepskenmerken die psychische ontwikkeling bevorderen met accenten op het ‘droomvoeldenken’, het ‘primair proces’, het “groep zelf” (groupishness) en het denken van Bion hieromtrent, alsook zijn ‘basic assumptions’. 

De teksten worden telkens voorbereid door enkele studenten. Telkens wordt de link gelegd met eigen ervaring en klinische situaties.

Module Korterdurend werken, (DIT) (16 seminaries)

Patrick Luyten, Karoline Meyers, Tineke Stuyven, Ronny Vandermeeren

 

Kennismaking met kortdurende psychodynamische therapievormen gebeurt vooral aan de hand van het DIT-model (Dynamische Interpersoonlijke Therapie). Dit gebeurt via zowel theoretische als praktijkgerichte seminaries. De theoretische achtergrond wordt uitgelegd o.m. vanuit hechtingstheorieën en mentalisatietheorie. In het praktische luik komen begin-, midden- en eindfase aan bod. Door middel van rollenspel en actieve deelname in de seminaries worden studenten ondergedompeld in de therapeutische houding en werkwijze van DIT en dit zowel vanuit therapeut-, patiënt- en observatorperspectief.